In de aanloop naar het ‘Sportdebat Lochem’ dat op dinsdag 24 februari plaatsvindt in ons clubhuis, ben ik als voorzitter van Sportclub Lochem en als gastheer van het debat door de Berkelbode geïnterviewd. In dit interview stel ik, op basis van de ervaringen die ik de afgelopen jaren als sportbestuurder heb opgedaan, dat de gemeente Lochem structureel veel te weinig aandacht schenkt aan sport en bewegen.
Wethouder De Goede stelt in een reactie op het interview dat de Gemeente Lochem wel ruim investeert in sport en bewegen. Een aantal opmerkingen die de wethouder maakt leiden bij velen tot vragen en verwarring, zo merk ik sinds de plaatsing van het interview. Middels deze reactie hoop ik antwoord te geven op de verwarring die is ontstaan.
Laat ik beginnen met de opmerking van de wethouder dat buitensportverenigingen sinds 2015 verantwoordelijk zijn voor aanleg en onderhoud van hun accommodaties en dat de verenigingen hiervoor een ‘bruidsschat’ hebben ontvangen om deze verantwoordelijkheid na te komen. Voor Sportclub Lochem geldt dat wij al sinds 1996 verantwoordelijk zijn voor de aanleg en het onderhoud van onze accommodatie. Al bijna 20 jaar langer dan in de reactie van de wethouder staat vermeld. Bij de – gedwongen – verhuizing van ons toenmalige complex aan de Koedijk naar De Elze heeft Sportclub Lochem een tegemoetkoming ontvangen voor de verhuiskosten en een afkoopsom voor het onderhoud dat de gemeente aan de velden pleegde. Deze tegemoetkoming bedroeg in 1996, laat ik maar volledig helder zijn, precies 200.000 gulden, oftewel ruim 91.000 Euro. Gegeven de grote uitdaging en de verantwoordelijkheid waar de vereniging voor werd geplaatst niet bepaald een bedrag dat ik zou classificeren als ‘bruidsschat’.
Sinds 1996 is Sportclub Lochem in staat geweest de aanleg en het onderhoud van haar accommodatie zelf te financieren. Toegegeven: we hebben voor onze beide kunstgrasvelden een gemeentelijke subsidie ontvangen van 125.000 Euro. Zeer welkome bijdrages, aangezien de aanlegkosten van een kunstgrasveld momenteel tussen de 6 en 7 ton bedragen.
Zonder onze beide kunstgrasvelden zouden wij niet in staat zijn om onze leden de trainingsruimte te bieden die minimaal benodigd is. Sterker nog: wij zijn al meerdere jaren niet in staat om de trainingsruimte te bieden die wordt gevraagd. Dit gegeven, in combinatie met de sterke instroom bij onze jongste jeugd (kom eens kijken op de zaterdagochtend: zelden zie je zoveel ‘voetbalplezier’ op zo’n kleine ruimte bij elkaar) en de voorziene aanzienlijke woningbouw rondom de kern Lochem heeft ertoe geleid dat wij inmiddels 6 jaar geleden aan de bel trokken bij de gemeente: wij liepen vast en bij ongewijzigd beleid vanuit de gemeente zagen wij niet hoe wij onze leden konden blijven bieden wat minimaal benodigd was om lekker te kunnen voetballen. In de gesprekken met de gemeente hebben wij duidelijk gemaakt dat wij in eerste instantie al een veld tekort komen, dat wij nu al 6 tot 8 kleedkamers tekort komen en dat ons clubhuis in alle opzichten veel te klein en door het intensieve gebruik al sterk verouderd is.
De wethouder heeft in 2022 opdracht gegeven voor een onafhankelijk onderzoek naar de toekomstscenario’s voor sportpark De Elze. Bij dit onderzoek werden alle huidige gebruikers van De Elze betrokken. Het onderzoek sleepte zich twee jaar voort, terwijl dit naar mijn mening met gemak binnen 2 maanden had kunnen zijn afgerond. De opmerkingen van de wethouder over dit rapport noodzaken mij de twee volgende feiten onder de aandacht te brengen:
1. Volgens de wethouder is er volgens de KNVB-normen geen noodzaak voor een extra veld voor Sportclub Lochem. De wethouder vergeet te melden dat er in de KNVB-normen geen rekening wordt gehouden met recreatieve trainingsgroepen die ook veldruimte verdienen. Ook houden de KNVB-normen geen rekening met de Sport-In en de Voetbalschool, voetballen met veel plezier voor onze allerjongste jeugd. Ook worden keeperstrainingen of het faciliteren van trainersopleidingen niet meegenomen. Speciaal voetbal: het zit niet in de KNVB-normen. Daarnaast wordt het noodzakelijke onderhoud van onze velden buiten beschouwing gelaten, terwijl ook dit tijd vraagt. Dat inhaalwedstrijden door de krapte die wij hebben per definitie leidt tot het afgelasten van trainingen wordt ook vergeten. En tot slot: ruim 20 weken per jaar maken de leerlingen van het Staring College intensief gebruik van onze velden, hetgeen tot een fors hogere belasting leidt; ook dit wordt niet meegenomen in de totaalafweging. De KNVB mag zich richten op voetbal in wedstrijdverband, voor ons als vereniging geldt dat wij ook de recreatieve vormen van voetbal van groot belang vinden. Wanneer de wethouder, zonder verdere nuancering, de KNVB-normen als uitgangspunt neemt, moet ik de conclusie trekken dat ook voor de wethouder enkel het voetbal in wedstrijdverband telt, en niet alle recreatieve vormen die de burgers van Lochem tot bewegen aanzetten.
2. Uit het rapport ‘Beheer en exploitatie sportpark De Elze’ citeer ik als volgt (pag. 21): ‘In deze rapportage zijn er meerdere scenario’s uitgewerkt. Voor relatief kostbare accommodaties is het niet realistisch dat de verenigingen deze zelfstandig toekomstbestendig in stand kunnen houden. Dit is ook de reden dat de meeste Nederlandse gemeenten bijdragen aan het onderhouden van sportfaciliteiten, omdat de kosten om dergelijke accommodaties (in dit geval voetbalvelden met kleed- en wasruimten) toekomstbestendig in stand te houden niet gedekt kunnen worden met de inkomsten uit contributie, sponsoring en horeca.’ In het rapport worden vervolgens enkele scenario’s voor financiering geschetst.
Tijdens de eindbespreking van de rapportage met de wethouder hebben de 3 grootste gebruikers van De Elze aangeboden om samen met de gemeente, zonder externe partijen, tot een alternatief plan te komen: een plan waarin enkel de strikt noodzakelijke investeringen zouden worden gedaan, en waar alle ‘extra’s’ uit zouden worden gehaald. ‘Extra’s’ waar geen van de verenigingen overigens om had gevraagd, maar die de kosten wel fors opdreven. Deze uitnodiging is door de wethouder van tafel geveegd.
Wat nog wel op tafel ligt is ons probleem. En het is niet enkel ‘ons’ probleem. Het is het probleem van alle inwoners van de gemeente Lochem. Sporten en bewegen is een maatschappelijk thema, van jong tot oud. Jeugd in beweging krijgen en houden, strijd tegen overgewicht, senioren fit houden: onze fysieke gezondheid is van groot belang. Maar ook onze mentale gezondheid wordt juist binnen sportverenigingen bevorderd: even lekker je hoofd leegmaken, gemeenschapszin, samen winnen, samen leren verliezen, anderen ontmoeten, bijdragen aan de samenleving, eenzaamheid bestrijden: de waarde hiervan is lastig in geld uit te drukken, maar dit alles zou niet als sluitpost moeten worden gezien. Financieel gezond zijn is belangrijk, maar fysieke en mentale gezondheid zijn minstens zo belangrijk.
De wethouder stelt dat enkel VV Gorssel en Sportclub Lochem financieel knel zitten bij modernisering of uitbreiding van hun accommodaties. Menig sportbestuurder zal deze uitspraak met verbazing hebben gelezen. De uitspraak is feitelijk onjuist en geeft blijk van een gebrek aan informatie en een gebrek aan betrokkenheid bij dit dossier. Het is wellicht het resultaat van het ontbreken van een gedragen visie binnen de gemeente Lochem op sport en bewegen, en hoe we dat met elkaar vertalen naar onze (buiten)sportaccommodaties. Natuurlijk hoort in een dergelijke visie ook thuis wat we als gemeente willen bereiken met sport en bewegen, en wat we verwachten van sportverenigingen en andere maatschappelijke organisaties. In ons omliggende gemeentes zijn uitstekende voorbeelden te vinden van een integrale visie op sport en bewegen: het is niet ingewikkeld om, tezamen met betrokkenen vanuit de sportverenigingen en maatschappelijke organisaties, te komen tot een aansprekende visie voor de gemeente Lochem. Bij de sportverenigingen en de maatschappelijke organisaties is de wil aanwezig. Gegeven de huidige situatie kunnen zij het echter niet zonder de wil en een daadkrachtige bijdrage van de gemeente Lochem.
Voor de komende raadsperiode wens ik dat dit dossier met ambitie wordt opgepakt. Ook wens ik dat de portefeuille Sport dezelfde portefeuillehouder krijgt als het dossier Sociaal Domein: sporten en bewegen gaat om de fysieke en mentale gezondheid van de inwoners van de gemeente Lochem. En het gaat om sociale cohesie. Zaken die, wat je achtergrond ook is, topprioriteit verdienen en die een bevlogen pleitbezorger verdienen. Ik zie uit naar het ‘Sportdebat Lochem’ zoals dat a.s. dinsdag, 24 februari 2026, plaatsvindt in de kantine van ons clubhuis op De Elze. De inloop is vanaf 19:30, om 20:00 begint het debat.
Tot dinsdag!
Jakob Boelens
Voorzitter Sportclub Lochem